Niddy noddy

Nummer 7 van mijn lijstje onthaast-voornemens: liever zelf maken dan kant en klaar kopen.
Dat heb ik meteen in de praktijk gebracht met een Niddy Noddy.
Een wat?
Een niddy noddy dus. Volgens mijn spinjuf de naam voor een kuifpapegaai, maar meer algemeen gebruikt voor een haspel om gesponnen wol op te winden tot een streng.

Ik had na een week nijver spinnen een mooie spoel vol garen.

20130829-160213.jpg

Om dat nu gebruiksklaar te maken moet het tot een streng worden gewonden. Daar komt de niddy noddy in beeld.
Er zijn prachtige exemplaren te koop van hout, maar die zijn ook duur. Ik vond een werkbeschrijving om er zelf een te maken. Die is hier te vinden. Dat zag er eenvoudig uit, dus toog ik naar de Gamma.

Ik kocht:
– Één pvc-buis, die ik liet zagen in een stuk van 30,5 cm en vier stukken van 11 cm;
– twee t-stukken voor diezelfde maat pvc-buis
– vier afdekdopjes voor diezelfde maat pvc-buis.

Deze knutselde ik dan in elkaar, zo dat de twee korte kanten haaks ten opzicht van elkaar aan de lange kant vast zitten. Oke, een fotootje ter verduidelijking:

20130829-160756.jpg

Omdat ik het grijs van de buis wel erg lelijk vind, heb ik het geheel omwonden met wasi-tape, had ik nog ergens liggen.

Totale kosten: €11,63.

Hoe gebruikt men zulks dan? Je knoopt het uiteinde van de draad aan een van de korte kanten. Die kant hou je links en boven, zodat de onderste korte kant naar je toe wijst. Vervolgens ga je de draad winden over de vier korte kanten volgens het schema links, achter, rechts, voor. Dit herhaal je tot je aan het einde van de draad bent.
Die knoop je vast aan je beginnetje, en met een los draadje knoop je elk van de vier strengen bij elkaar. Dan schuif je een van de afdekdopjes eraf, om de streng gemakkelijk van je niddy noddy af te kunnen halen.
Et voila, klaar is klara!

Nu weet ik meteen ook hoe lang de draad is. Deze niddy noddy meet namelijk 1,5 meter per winding. Bovenstaande spoel vol leverde 35 omwindingen, dus de draad is maar liefst 52,5 meter.

I love it when a plan comes together.

20130829-161342.jpg

Advertenties

Lijstje

Vanaf 1 september heb ik geen vaste baan meer. Een combinatie van persoonlijke keuze en reorganisatie op het werk.
Ik ben nog erg aan het wennen aan de gedachte. Loslaten is lastig, en levert me veel onrust op in lijf en hoofd. Ik krijg uiteraard voortdurend de vraag van mensen om me heen: en nu? Wat ga je doen? Heb je al iets anders?
Het antwoord ligt een beetje ingewikkeld. Ik ga voor een deel van mijn tijd als supervisor aan de slag. Verder liggen er een aantal schrijfklussen (veelal onbetaald) waar ik nu eindelijk aan toe hoop te komen. En ik wil over een tijdje graag weer in mijn eerste beroep, tevens eerste liefde, als gemeentepredikant, aan de slag. Maar nu nog even niet.

Wat ik vooral graag wil, is tijd hebben. Op de BBC heb ik een programma gevolgd over een predikant die zonder geld probeerde te leven. How to lead a simple life, heet het. Inspirerende, eerlijke en grappige serie. Wat me vooral is bijgebleven, is zijn ervaring van de waarde van tijd. Minder geld verdienen, betekende voor hem dat hij meer tijd kreeg, voor zichzelf, voor zijn parochianen, voor nieuwe ideeën.

Mij spreekt dat tijdsaspect aan. Het afscheid van mijn baan betekent voor mij onder meer niet meer zoveel forensen en onderweg zijn, minder haast en deadlines. (Het betekent overigens ook niet meer geïnspireerd worden door studenten en collega’s, dat zal ik missen).
Ik merk dat het mij nog moeite kost om mijn tempo aan te passen aan mijn nieuwe staat van zijn. Daarom een lijstje met goede voornemens om mijn tijdsbeleving te verlangzamen.

1. Elke middag een pot thee zetten, in plaats van even snel een koffie uit de espressomachine te jagen. En die pot dan laten trekken en niet een kopje huppethee zetten door er even snel een zakje door te slingeren.

20130828-153745.jpg

2. Lopen in het voetgangersgebied in ons dorpie, in plaats van toch ff gauw fietsen en ondertussen rondspeuren of er geen bekeurders op de loer liggen.

3. Uit het raam kijken. In de woorden van mijn favoriete songwriter Adam Duritz: If you never stared off into the distance, then your life is a shame (Mrs Potters Lullaby).

4. Het komend jaar geen snelheidsovertredingen maken. We hebben het CJIB al genoeg gesponsord voorlopig. Mindfulness op wielen: wij komen er ook.

5. Breien en spinnen gewoon omdat het kan.

6. Elke week iets opruimen. Een la, kast, de gang. Nou ja, de gang nog even niet (ik ben Hercules niet).

7. Liever dingen zelf maken dan kant en klaar kopen. Voorlopig geldt dat vooral voor voedsel, maar wie weet hoe handig ik word.

Een beetje lijstje gaat natuurlijk tot tien, maar dit vind ik al heel wat. Ben benieuwd wat het me oplevert. Ik hou me aanbevolen voor suggesties.
Nu ga ik 1 en 3 eerst maar eens in combinatie in de praktijk brengen.

20130828-155002.jpg

In spin

Vroeg of laat zat het er aan te komen. Ik hou erg van breien met handgesponnen wol, liefst ongeverfd of met natuurlijke verfstoffen gekleurd. De ambachtelijkheid ervan spreekt me aan.
Dus onvermijdelijk zou er moment komen dat ik zelf eens achter een spinnewiel zou komen te zitten.
Ik wist het zelf niet, maar het is zo. En zie, afgelopen week was het plotseling zover.

20130809-094346.jpg

Mijn goede vriendin J. blijkt te kunnen spinnen. We kwamen een paar dagen logeren, en ze bleek net een vacht schapewol te hebben die moest worden uitgezocht, gewassen en gekaard. Er ging een wereld voor me open. Ik hou er van om iets nieuws te leren, en ik verwonder me altijd weer over het verschil tussen iets niet kunnen en het wel kunnen. Als je het kunt, is het makkelijk, en ziet het er ook makkelijk uit. Zoals J. heel rustig zit te spinnen en schijnbaar moeiteloos een mooi gelijkmatige draad produceert. Het contrast met mijn eerste miezerige pogingen en de bultige draad die dat oplevert, kan niet groter zijn. Maar dan opeens krijg je de slag te pakken en is er even een moment, hoe kort ook, dat het klopt, en dat er opeens iets uit je handen komt wat zowaar ergens op lijkt.

20130809-094521.jpg

Nu ik eenmaal iets geproefd heb van de magie van het spinnen, wil ik er meer van weten. Ik heb me dus opgegeven voor een spincursus, bij De Spinkamer. Over een paar weken begin ik. Ik popel nu al.

Wat maakt het nou zo magisch om te spinnen? Voor mij heeft dat ook te maken met de oude verhalen, over Repelsteeltje en Doornroosje, en over de schikgodinnen, met name Klotho met haar spintol.
Het maken van een draad uit wol, is het creëren van orde uit chaos. Klotho, de schikgodin uit de Griekse mythologie is volgens de mythe aanwezig bij de geboorte van een mens en spint daar de levensdraad, het begin van het leven. Elk mens heeft een eigen, unieke draad, die wordt ingeweven of gevlochten in de geschiedenis. Een mooi beeld, dat vertelt hoe iedereen een bijdrage levert aan het grotere geheel.

20130809-095600.jpg

Ik verheug me er op om het spinnen te gaan leren. En stiekem droom ik al van mijn eerste vest van zelfgesponnen wol.

Warm!

Puf, wat is het heet. Te heet om ook maar in de buurt te komen van wol. Zelfs mijn acryldeken bezorgt me al zweetdruppels als ik er alleen maar aan denk. Uit de krochten van mijn brei-la diepte ik een bol lichtblauwe katoen op. Bedoeld voor een hemdje. Maar al twee keer uitgehaald, omdat ik het goede patroon niet kon vinden.
Toch, katoen leek me fijn breien in de zomer.

In arren moede besloot ik dan maar over breien te lezen. In dit boek.

20130802-170253.jpg

Wat een leuk boek trouwens. Vol patronen met een twist, met bijzonder materiaal of een eigenwijs ontwerp. Maar ook met een simpel hemmetje voor de zomer, dat perfect lijkt voor mijn verweesde lichtblauwe bol.
Te breien op pen vijf. Dat is royaal, zo dik is het garen niet. Maar het heeft als effect dat een simpele tricotsteek opeens heel bijzonder lijkt. En het katoen krijgt er een prachtige soepele val door.
Kortom, ik ben fan.
Precies wat ik wilde: simpel.

Ik ben halverwege het voorpand, wachtend tot het wat koeler wohrdt, zodat ik de naalden weer op kan pakken. Vooral aan de achterkant is goed te zien dat er in het midden een ribbelpaneel wordt gebreid. Het is de bedoeling dat daar lint wordt opgemaasd, als een soort ruche. Ik weet nog niet of ik dat ga doen. Op zich is het ribbelpatroon al leuk.

20130802-170650.jpg

Met een beetje geluk kan hij nog mee deze zomer om te dragen in Sarajevo.

20130802-182955.jpg

Kleurenpoezie

Wat mij dan weer opvalt: hoe duurder en sjieker de wol, hoe mooier de namen van de kleuren zijn. En het omgekeerde is ook waar. Goedkope acryl heeft geen naam, maar een nummer.

Daar ben ik tegen.
Ook de nederigste bol heeft recht op een mooie beschrijving.
Voor mijn puzzeldeken heb ik 11 kleuren Bravo van Schachenmayr gekocht. Slechts €1,85 per bolletje. Als kleurbeschrijving hebben ze enkel een saai, nietszeggend nummer.
Dat kan beter.

20130621-215525.jpg

Mijn voorstel:
A = akelei
B = kerstomaat
C = diepe blos
D = leeuw
E = kuiken
F = room
G = lente
H = oceaan
I = wijnfles
J = zomerhemel

Kijk, dat breit toch een stuk poëtischer.

20130621-220408.jpg

Klassiekers

Een paar weken is het er nu. Het nieuwe liedboek voor de kerken. Meer dan 1000 liederen, oud en nieuw, uit verschillende tijden en plaatsen. In een mum van tijd was het uitverkocht bij onze boekhandel. Ik kon nog net een jongereneditie bemachtigen. Ik heb niet alleen liederen, maar ook fijne kwisjes, weetjes en feitjes erbij, gratis en voor niks.

20130607-194801.jpg

Het is een mooi liedboek, goed dat het er is. Liederen kunnen er niet genoeg zijn.
Toen ik het in handen kreeg, was mijn eerste impuls om de nieuwe liederen te bekijken. De oude, uit het Liedboek van 1973 ken ik immers al.
Daarom was ik verbaasd om te zien en te horen dat er mensen registers hebben ontwikkeld waarmee juist de gouwe ouwe makkelijk terug te vinden zijn. Als je een oud liedje wilt zingen, pak dan het oude liedboek, zou ik denken.
Kennelijk zijn er ook hier weer grote verschillen tussen mensen: zij die uitzien naar wat nieuw is, en zij die graag vasthouden aan wat vertrouwd is.
Dat zijn er trouwens in het nieuwe liedboek nog heel wat. Klassiekers genoeg, te midden van het jonge spul.

Geïnspireerd door deze exercitie langs oud en nieuw, ben ik ook aan een klassiek breipatroon begonnen. De Clapotis. Volgens mijn breibijbel van Jane Brocket een van de meest gebreide patronen op websites als Ravelry en Knitty. En als je het googlet, in het engels of het Nederlands is het inderdaad verbazingwekkend hoeveel hits je krijgt.
De Clapotis is een omslagdoek, die je ook als sjaal kunt breien. Een flexibel patroon, dat in veel garens mooi is (zie de afbeeldingen bij google) en zo breed en lang gebreid kan worden als je zelf wilt.

20130607-195057.jpg

Het patroon is gratis te verkrijgen op Knitty. En in het Nederlands hier.
Ik brei het met het garen Drops Delight, in een mooie kleurstelling met groen/blauwtinten, op pen 5. Ik heb in sectie 2 van het patroon 4 herhalingen gedaan in plaats van de 6 die zijn aangegeven. Zo wordt het meer een sjaal, al is het nog steeds vrij breed. Ik denk dat 3 herhalingen ook mooi was geweest.
Ik heb krap twee bollen, ik ga kijken hoever ik daarmee kom. Anders bestel ik nog een bol erbij.
Het leuke van het patroon zijn de ladders die ontstaan doordat je op gezette tijden een steek laat vallen en helemaal uitrafelt. De sjaal wordt als een parallellogram gebreid, wat een mooi effect geeft van diagonale verkleuringen.

Zit het me dwars dat al duizenden mensen een clapotis-sjaal hebben gebreid? Niet in het minst. Net zo min als het me dwars zit dat al miljoenen mensen psalmen hebben gezongen. Ik voeg graag mijn stem in het koor van alle tijden en alle plaatsen.

Rust

Zo, dat is lang geleden. Niet dat ik niet meer brei, maar schrijven schiet wat er bij in. Daar heb je rust voor nodig. Die rust vind ik gelukkig nog wel genoeg in het breien.
Oogst van de afgelopen winter: ettelijke paren sokken, de onvermijdelijke sjaal, en een lekker schapenwollen vest.

20130512-151216.jpg

Het vest is uit de Libelle, bedoeld voor het voorjaar in dikke katoen. Maar eigenwijs als ik ben, heb ik m gebreid in wol, zo natuurlijk dat het is alsof je een schaap aantrekt. Vorige week op Texel viel ik dan ook niet op tussen de lammetjes.
Het is een simpel patroon, dubbele gerstekorrel, driekwart mouwen.
Ik heb hem een fancy detail gegeven door mooie knopen uit te zoeken bij Wester in Barneveld.
Op het randje van truttig, maar net niet er overheen.

20130512-152126.jpg

En het heeft gewerkt. Een midweekje Texel, in een lekker warm vest, met nieuwe projecten op de pennen, daar klaart het hoofd van op.

Samen breien

Breien is leuk, samen breien is leuker.
Zien breien doet breien.
Al die tegeltjeswijsheden bevatten waarheden als koeien.
Breien is aanstekelijk, zo heb ik bijvoorbeeld gemerkt in mijn dialooggroep.
Tijdens onze reis naar Libanon had een van ons een bol gekleurde wol meegebracht. Ze had er geen grootste plannen mee.
‘Het is zo lang geleden dat ik heb gebreid, ik begin gewoon aan iets, ik zie wel wat het wordt’.
Een stuk of vijftig steken opgezet, en breien maar.
Het begon voorzichtig met een ribbelsteek.
Maar het duurde niet lang of iemand zei: ‘Weet je wat ook leuk is? Gerstekorrel! Ik doe het wel even voor’. Een ander wilde ook wel een stukje en zo ontstond een lap met een staalkaart van steken.

20130218-102004.jpg

Breien bleek een goed tijdverdrijf te zijn tijdens de vele lezingen die we in het kader van het project over ons kregen uitgesproken. Het bevordert de concentratie, en het verhindert dat je in slaap valt. Opeens begrepen we de studenten uit de jaren ’80 beter, die met hun breiwerk de collegezalen bevolkten. Niks truttig, gewoon heel zen!

20130218-102256.jpg

Het breiwerk is weer mee terug naar Nederland gegaan. Ben benieuwd of het nog eens opduikt tijdens een van mijn colleges!

Zwerksjaal (3)

Ondertussen ben ik zo’n half jaartje bezig met de zwerksjaal. Op 8 september ben ik begonnen: elke dag twee pennen breien met een dubbele draad in de kleur van het zwerk, de hemel van die dag.
Inmiddels begint de sjaal al een aardig formaat te krijgen.

20130218-100649.jpg

De sjaal is grotendeels een afspiegeling van het o zo veranderlijke Nederlandse weer.
Maar opeens verscheen er onlangs een vrij stevig blok helderblauw.

20130218-100817.jpg

Dit is het resultaat van een week die ik in Libanon heb doorgebracht. In het kader van een week Interreligieuze Dialoog (zie www.epil.ch) mocht ik een week zon tanken. Heerlijk, midden in de grijze en witte tinten van de Hollandse winter!

20130218-101022.jpg

In en bij Beiroet was het goed toeven. Het was hard werken, leerzaam, vermoeiend, spannend. Maar oh dat zonnetje, die strakblauwe lucht, het zachte weer. Dat was puur genieten.

20130218-101428.jpg

Verschil moet er wezen

Op de een of andere manier zit in mijn hoofd het idee dat de twee sokken van een paar er hetzelfde uit moeten zien. Wat de maat betreft is dat vooral erg handig. Maar ook het patroon is vaak het mooist als het min of meer gelijk er uit ziet.
Maar laatst ontmoette ik een vrouw die me vertelde dat ze altijd expres twee verschillende sokken breit. Gewoon, omdat ze dat leuker vindt. Ze trok spontaan haar laarzen uit om het me te laten zien. Inderdaad, twee sokken in dezelfde kleurstelling, maar met verschillende streeppatronen. Erg mooi.

Wat een verfrissende gedachte.
Verschil is geen fout, geen teken van falen, geen vervelend en onhandig verschijnsel dat zo snel mogelijk opgelost moet worden. Verschil is daarentegen iets waar je ook plezier aan kunt beleven.
Dat geldt op allerlei terreinen van het leven. Religie bijvoorbeeld. In de afgelopen twee jaar heb ik deelgenomen aan een internationaal project voor interreligieuze dialoog. Ik heb daar vooral geleerd hoe inspirerend en uitdagend het is om te spreken, te vieren, te shoppen, te koken, te eten, te dansen en te reizen met mensen die anders denken en geloven dan ik zelf. Soms schrijnt en schuurt dat, soms bevreemdt het, maar het is vooral bijzonder en leuk en goed.
Mijn leven en denken wordt er ruimer en rijker van.
Wat met religie mogelijk is, moet dan toch zeker ook met sokken kunnen. Blij zijn met verschil, ervan genieten dat het een anders is dan het ander. Afwisselen met kleur, met de plaats van een kabel of boordsteek, opeens komt er een wereld aan mogelijkheden bij.

20130126-165404.jpg

Met veelkleurig of zelfstrepend garen, is het best lastig om twee gelijke sokken te breien. Je moet bij de tweede sok goed bedenken waar je moet beginnen, en vaak kost je dat een behoorlijk stuk van de bol wol.
Bij bovenstaande sokken is het niet helemaal gelukt. Maar eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg.
De sokken horen duidelijk tot hetzelfde paar, al zijn ze niet helemaal gelijk.
Ik heb de hielen en tenen met een dubbele draad gebreid, om ze wat steviger te maken. Daardoor is ook de kleur op die plekken veranderd.

Deze sokken gaan mee naar de dialoogweek in Beiroet waar ik volgende week naartoe ga. Om me eraan te herinneren dat verschil de wereld een stuk interessanter en veelkleuriger maakt. Beter de diversiteit vieren, dan eenheid afdwingen.

20130126-165932.jpg