Kedeng kedeng

Het bestaat echt, mannen die in de trein tussen Schiphol en Amersfoort non-stop over gereedschap kunnen praten. Bij Duivendrecht hadden de twee frisse oudere jongeren naast me alle manieren doorgenomen om behang van de muur te halen, rond Weesp ging het over drevels en frezen, en bij Hilversum bespraken ze de voor- en nadelen van het zelf bezitten van een bouwlamp op statief.
Een van de mannen had een keycord om waar met grote letters BRANDWEER op stond. Niet alleen een Bob de Bouwer dus, bij een ongelukje met de soldeerbout zag ik hem ook nog eens paraat staan met de brandblusser.
Als je zit te breien in de trein, hoor je nog eens wat.

20120626-205708.jpg

Als ik wil lezen of werken, ga ik in een stilte coupe zitten. Maar breien is leuker, als er om je heen gepraat wordt. Het valt niet op dat ik meeluister, ik ben immers verdiept in mijn breiwerk. Zo heb ik van de week niet alleen veel geleerd over gereedschap, ook heb ik twee psychologen horen praten over de beste aanpak van een probleemgezin, en heb ik genoten van een voor mij verder onverstaanbare discussie in het Italiaans, die hoog opliep. Ze moesten nog naar Assen, zoveel begreep ik wel. Misschien was dat de oorzaak van alle emotionaliteit.
Met mijn sok op de pennen voel ik me soms net Miss Marple. Terwijl het landschap voorbij flitst, schrijf ik mijn eigen detective-verhaal.

Wauw, wouw!

Het was weer gezellig in het Trollehus in Barneveld. Ik kom er altijd met iets moois vandaan. Deze wol bijvoorbeeld.

20120623-221052.jpg

Geverfd met natuurlijke kleurstoffen. De bol groengele wol is geverfd met wouw. Reseda luteola heet het officieel.

20120623-215930.jpg

De wouw is een plant die al sinds mensenheugenis als bron van gele verfstof wordt gebruikt. De foto doet geen recht aan de prachtige warme kleur van deze wol. Ik vind het geweldig er mensen zijn die met deze oude technieken werken. Het is een vorm van eenvoud en luxe tegelijkertijd. De wol is van The Dutch Cottage, zie hier, niet goedkoop, maar bijzonder mooi.
Dat worden prachtige sokken!

Ouwe sok

Ik ben een kat in het diepst van mijn gedachten. Mijn idee van ontspanning is met lekkere dikke sokken aan op de bank met een boek, film en/of een potje wordfeud. En maar spinnen van genoegen. En ik heb ontdekt dat zelfgebreide sokken de voldoening nog een paar graadjes hoger doen schieten.
Het klinkt als een bezigheid uit een ander tijdperk: sokken breien. Toen ik gisteren tweette mijn tweede paar af te hebben, regende het reacties op mijn timeline. Er vielen termen als : uitstervend, ouderwets, doe jij dat nog? – maar ook bekenden sommigen mij stiekem (!) ook graag te breien, compleet met foto’s van besokte voeten.
Wat mij betreft: ik heb een hekel aan koude voeten. Ik woon in een huis met een onbarmhartige plavuizen vloer. In de zomer loop ik graag op blote voeten, maar ’s avonds moeten er sokken aan. In de winter is een paar sokken niet genoeg, en moet er een paar extra dikke sokken overheen.
Nu brei ik ze zelf. Op vier pennen, zogenaamde korte sokken-pennen, van 20 cm. Een soort sate-stokjes. Een sok op deze pennen is een project dat je makkelijk in je tas stopt. In de trein loop je niet het gevaar medereizigers te verwonden. En met een goed patroon bijvoorbeeld hier te vinden is het makkelijker dan het lijkt.
Ik weet het, ik weet het, mijn trui moet ook nog af (nog 1 mouw te gaan). Maar vanmiddag ga ik ook even langs het wolwinkeltje voor een bol sokkenwol denk ik. Instant ontspanning. Purr.

20120623-091300.jpg

20120623-091316.jpg

Uithalen en opnieuw beginnen

Het lijkt een van de meest ondankbare bezigheden: iets uithalen wat je net gebreid hebt. Maar toch heb ik het al verschillende keren gedaan, en met weinig hartzeer. Een roze sjaal bijvoorbeeld. Ik vond de wol erg mooi, en zag een leuk patroon. Maar eenmaal af, was ik niet tevreden. De sjaal was te smal, het patroon te open, en het resultaat? Een flodderig lapje, een beetje groezelig en net niks. Wat dan te doen?
Oplossing 1: In de kliko ermee. Project mislukt, niks meer aan te doen.
Oplossing 2: In de zak van Max. Maar waarom iemand anders opzadelen met een spuuglelijk sjaaltje?
Oplossing 3: uithalen. Het is even een gedoe. En toegegeven, het doet ook even zeer als je al die gebreide steken ongedaan moet maken, pen voor pen. In vijf minuten vliegt werk van uren en dagen uit elkaar. Maar dan heb je wel weer een paar verse bollen wol, helemaal klaar voor een patroon dat beter bij ze past.

Het geeft ruimte, om je eigen werk ongedaan te maken. Niets is voor de eeuwigheid. Je kunt altijd opnieuw beginnen. Zoals boeddhistische monniken hun zandmandala’s maken om ze, zodra ze af zijn, weer uit te vegen. Oefenen in onthechten is minstens zo nuttig als degelijk afhechten.

De mooie roze wol wordt inmiddels getransformeerd in een paar sokken. Daarbij komt ze veel beter tot haar recht (is wol vrouwelijk? Ik denk het wel). In de sok heeft deze wol haar bestemming gevonden. Tenminste, dat denk ik.

20120616-153951.jpg

20120616-154159.jpg

Een gezonde geest…

Hoe blijf je geestelijk gezond tijdens het EK-voetbal? Een prangende vraag, zeker na de dramatische eerste wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Denemarken. Kans op kans gemist, stijgende spanning in de huiskamer… Toen ik het niet langer kon aanzien, heb ik mijn pennen er maar weer bij gepakt. Er wachtte nog een tweede sok om af te breien. Pen voor pen daalde er een serene kalmte op me neer. Ik hoorde de commentator nog wel, ik registreerde het gemopper van mijn huisgenoten, maar het deerde me niet. En halverwege Duitsland – Portugal is het dan zover: mijn eerste paar zelfgebreide sokken is een feit. Voetbal en breien blijkt een gouden combinatie. Daarom hoop ik dat Oranje nog een ronde verder komt. Komt die trui ook nog wel af.

20120609-220249.jpg

20120609-220432.jpg

Mouwen

Het is zo ver. Ik ben aan de mouwen toe. Ik brei een wonderlijke trui. Voor en achterpand zijn klaar, in het rond gebreid. En nu kan ik er niet meer om heen. Er moeten mouwen aan. Ook in het rond. Als de trui klaar is, is hij ook meteen af, er hoeft niets meer in elkaar gezet. Maar dat komt nog. Eerst die mouwen. Ik neem steek voor steek op en tot mijn eigen verbazing pas ik er een mouw aan. Dreigt het dan toch te gaan lukken?

Wordt vervolgd

20120607-191735.jpg

Zijn we er al?

Het is waarschijnlijk de meest gestelde vraag van kinderen in de auto: zijn we er al? Bij oma, in de Efteling, op vakantie. Ik kan het me zelf nog goed herinneren. Opa en oma woonden in Groningen, op het Hogeland, niet ver van de Waddenzee. Vanaf de Veluwe, waar wij woonden, leek dat mij als kind een dagreis ver. Al ver voor Meppel begon het vanaf de achterbank: zijn we er al? Nee, eerst komen er nog ‘ de ballen in de lucht’ , ons woord voor de hoogspanningskabels met markeringsbollen eraan, bij Staphorst, als ik mij goed herinner. En eenmaal voorbij de stad Groningen deed ik een wedstrijd met mijn zusje, wie het eerst de kerktoren van het dorp van mijn grootouders boven de velden uit zag steken.
Tegenwoordig geeft mijn TomTom aan hoeveel kilometer het nog is naar mijn eindbestemming. Gefixeerd op het getal vergeet ik soms om mij heen te kijken. Te genieten van het uitzicht, de markeringspunten in het landschap in me op te nemen, die me helpen oriƫnteren.
Ook als ik brei, voel ik regelmatig het ongeduld uit mijn kindertijd. Zijn we er al? Ben ik al bijna op de 38 centimeter, het punt waarop ik iets anders spannends met dit patroon mag doen? De centimeter hou ik binnen handbereik, ook als ik wel weet dat ik nog niet eens bij Meppel ben. Zijn we er al?
Vandaag daag ik mezelf uit om te zijn waar ik ben, te doen wat ik doe. Niet vooruit te hollen naar het eindpunt, maar plezier te hebben in het reizen zelf. De weg is het doel.

20120601-205213.jpg